![]() |
![]() |
![]() |
Reeds rond 1700 werd door een onbekende Nederlander de skeeler bedacht om in de zomer te kunnen schaatsen. Dit was niet meer dan een schaats waarvan de ijzers waren vervangen door een frame met houten cilinders, waarop gereden kon worden.
In 1760 kwam Joseph Merlin op een feest met zijn eigen creatie van schoenen met ijzeren wielen. Zijn beoogde spectaculaire entree kreeg hij wel, maar de schoenen werden snel weer vergeten. Pas in 1818 werd voor het eerst een rolschaats gebruikt, en wel door een ballet uit Berlijn. Een jaar later werd het eerste patent voor een rolschaats met 2 of 4 wielen in lijn aangevraagd door Monsieur Petibledin. Enkele jaren later, in 1823, werd de inline skate met vijf wielen gepatenteerd.
Door de jaren heen werden rolschaatsen verbeterd, met als hoogtepunt de toepassing van het lager in 1884. In de jaren '60 en '70 werden de kunststofwielen toegepast, waarmee vooral het comfort wordt verhoogd.
Pas in 1979 ontstond de huidige skate, uitgevonden door twee broers (Scott and Brennan Olson). Zij bouwden een oude rolschaats om tot een ijshockeyschaats op 4 wielen, om zo in de zomer te kunnen trainen voor het ijshockey. Op hetzelfde moment ontwikkelde de firma Zandstra haar skates met 5 wielen en bedacht daarvoor de naam "skeelers" om deze inliners te onderscheiden van "skates".
Skates en skeelers bestaan uit een schoen en een frame met wielen en lagers.
Een frame is wat de wielen onder de schoen houdt. Frames zijn er in verschillende lengtes. Skates hebben korte frames; het asje van de achterste wieltjes zit ONDER je hakken. Skeelers hebben langere frames waarbij het achterste asje een paar centimeter ACHTER je hak zit. Tot enkele jaren terug waren die lange frames uitsluitend mogelijk met vijf wielen. Sindsdien zijn er steeds grotere wielen in omloop, zodat nu alle races worden gereden op lange frames met 4 wielen. Een frame kan gemaakt zijn uit kunststof, maar de betere frames worden gefreesd uit aluminium of een soortgelijke legering of carbon. Belangrijk voor een frame is de stijfheid, gewicht en eventueel stroomlijn. Hierbij geldt natuurlijk dat hier een keuze moet worden gemaakt tussen prijs en kwaliteit, maar dat een goedkoper frame niet per definitie slecht hoeft te zijn.
De moderne vierwiel-skeelers hebben wielen met een diameter van 90 tot 100 mm. De oude vijfwielers toonden diameters van 78 tot 84 mm. Wielen zijn verder onderverdeeld in verschillende hardheden, waarbij geldt dat een zachter wiel meer grip en comfort geeft, maar minder hard gaat en vooral sneller slijt. Door de nieuwe technologieën is dat weer anders. Vooral bij nat wegdek is een hard wiel in het nadeel. (i.v.m. grip)
Een belangrijk onderdeel van de skeeler is dan nog de lagering. Hierbij moet echter in het achterhoofd worden gehouden dat een goed onderhouden lager van een redelijke kwaliteit al snel beter is dan een slecht onderhouden toplager. Meestal worden lagers aangegeven met een ABEC-getal (1, 3, 5, 7 of 9), wat aangeeft met wat voor tolerantie het lager is gemaakt. Dit getal zegt echter weinig over de kwaliteit van het lager.
De skeelerschoen is net als de schaatsschoen geëvolueerd. Ook in de skeelerwereld wordt meer gebruikgemaakt van materialen als kunststoffen en composieten (o.a. carbon). Belangrijk voor een schoen is dat deze goed aansluit op de voet, mede daarom zijn de meeste schoenen met een warmtebehandeling te vervormen voor een betere pasvorm. De originele skeelerschoen bestaat uit een lage (vaak leren of carbon) schoen op een zogenaamde kuip (vaak van carbon), maar tegenwoordig wint ook de softboot terrein. Het voordeel van deze laatste is het comfort, het nadeel is een mindere stijfheid van de schoen zelf. Bekende merken schoenen zijn Bont, Powerslide en in Nederland Raps, Cado Motus en Viking.
![]() |
![]() |
![]() |